Ik ben opgegroeid in een Calvinistisch gezin, om precies te zijn, met de Gereformeerde variant.
’s Zondags twee keer naar de kerk, een sober gebouw met een kansel, een doopvont, orgel en banken. Zonder enige opsmuk, zonder verdere aankleding.
Ik vond het er saai en de preken duurden steevast veel te lang, zeker voor een beweeglijk jongetje zoals ik toen was.
De King Pepermunten brachten slechts korte tijd verlichting.

Toen ik van de lagere school naar de MULO ging, kreeg ik een vriendje die Rooms Katholiek was. Jaap heette hij en we zaten naast elkaar in de klas.
Mijn ouders waren er niet kapot van dat ik een “Rooms” vriendje had, maar verbieden deden ze het niet.

Op vrijdagen ging Jaap vaak biechten. Dat moest hij van zijn ouders, zei hij.
Het woord “biechten” klonk mij als iets heel spannends in de oren. Dat gevoel werd nog groter toen Jaap mij op een keer had uitgelegd wat biechten inhield en dat hij soms “een zonde” verzon omdat hij anders niets te biechten had.
Het leek mij nogal makkelijk, je vertelde je zonden tegen de priester en daarna waren ze je vergeven.
Ik vroeg me af waarom dat “bij ons” niet gebruikelijk was. Bij ons stapelden de zonden zich alleen maar op en kwam je er niet meer van af.

Soms ging ik met Jaap mee naar de Katholieke kerk die, in tegenstelling tot ons Gereformeerde kerkgebouw, ook op doordeweekse dagen toegankelijk was.
Samen liepen we dan door de kerk en ik vergaapte me aan het altaar met de eeuwig brandende kaarsen aan weerszijde, de prachtige kroonluchters en de pilaren en bogen. Maar wat ik het mooist van alles vond waren de beelden. Beelden van Maria, verschillende Heiligen en natuurlijk ook van Jezus.

Jaap had ook een Rozenkrans. Hij liet mij het geheimzinnige kettinkje zien nadat hij een keer “ter biecht was geweest” zoals hij dat noemde.
Als boetedoening (weer zo’n exotisch woord) moest hij een aantal keer de rozenkrans bidden. Hij legde mij uit hoe dat in z’n werk ging, maar ik snapte daar toen niet veel van.

Toen Jaap op een vrijdag weer zou gaan biechten, stelde hij voor dat ik in de plaats van hem de biechtstoel in zou gaan. Dan wist ik eindelijk eens hoe het ging en ik was gelijk van die berg zonden af. “De priester merkt daar echt niks van, hij is zo oud dat hij half blind en doof is,” zei hij nog om bij mij de laatste twijfels weg te nemen.

Jaap had mij verteld wat er van de boeteling werd verwacht, maar toen ik het velours gordijntje van de biechtstoel opzij duwde en de schemerige ruimte binnen stapte, brak het koude zweet me uit.
Het was daarbinnen veel kleiner dan ik me had voorgesteld en ik raakte volledig gedesoriënteerd. Ineens had ik geen idee meer wat er van me werd verwacht en al helemaal niet wat ik moest gaan zeggen.
Toen ik de stem van de priester hoorde raakte ik in paniek. Ik rukte het gordijn opzij en stapte de biechtstoel uit. Even keek ik in het verbaasde gezicht van Jaap, toen begon ik te rennen, zo hard als ik kon, de kerk door naar buiten.
Pas toen ik vlakbij mijn huis was durfde ik te stoppen met hardlopen.

Toen we elkaar de volgende dag op school zagen, spraken we er met geen woord over.
En ook de dagen daarna niet.
Pas na een week vertelde Jaap me dat de priester bij hem was thuis geweest en met zijn ouders over het voorval had gesproken. Voor straf had Jaap heel veel rozenkransgebeden moeten doen.

Of mijn zonden me zijn vergeven door het bliksembezoek aan de biechtstoel, daar heb ik altijd sterk mijn twijfels over gehad.

0 reacties op “Rooms

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: