Doelloos dwaal ik door de smalle straatjes van Varanasi.

Een bedelaar houdt zijn hand op, een stoffen­ver­koper probeert me in zijn winkeltje te lokken. Ik word op de voet gevolgd door een man op een fietsrik­sja die om de twee minuten vraagt of ik van zijn diensten gebruik wil maken. Een schurftige hond, met maar drie poten, ligt langs de weg en kijkt me geringschattend, maar waakzaam aan. Hij heeft geleerd dat hij van mensen alleen maar een trap kan verwachten.

Onverwacht ben ik weer uitgekomen bij een van de gahts aan de rivier de Ganges.

Op een van de treden vlakbij het water zit een jong meisje. Haar gezicht is beschilderd op de wijze zoals de sadhoe’s dat plegen te doen. Over haar voorhoofd lopen drie licht­ge­le, hori­zonta­le strepen die in het midden on­der­ling ver­bon­den zijn door twee rode tika’s. Haar wenkbrauwen heeft ze in dezelfde kleur geel doorge­te­kend naar haar neusbrug, waar de twee strepen elkaar tussen haar ogen raken. Het gitzwarte haar wordt in een knoet boven op haar hoofd met een wit koord bijeen gehouden. In haar oren draagt ze kleine, van oranje kralen gemaakte oorringen. Ook de omslagdoek die ze om haar schouders draagt en haar sari daar­on­der, zijn van dezelfde oranje-roodachtige kleur.

Het meisje kijkt om alsof ze merkt dat ik naar haar sta te kijken. Ik voel me betrapt, wil verder lopen, maar ze wenkt me. In gebrekkig Engels vraagt ze of ik naast haar op de ghat wil komen zitten. De pupillen van haar ogen zijn nagenoeg van hetzelfde zwart als dat van de iris, waardoor haar uitdrukking iets onpeilbaars krijgt.

Wanneer ik naast haar zit, wikkelt ze een vervuild verband van haar vinger en laat me een ontstoken nagelriem zien. Wijzend op het verband zegt ze: ‘Two Japanese women gave it to me, after they took pictu­re.’

Ze vertelt me over haar leer­mees­ter met wie ze in deze heilige stad leeft. Van het geld dat ze van de gelo­vi­ge Hindoes krijgen, voorzien ze in hun levensonderhoud. Over een paar dagen zullen ze te voet richting Nepal ver­trek­ken om daar een reis langs verschillende bedevaartsplaatsen in de Himalaya’s te gaan maken.

Als ze dat heeft verteld, doet ze haar sari omhoog. Haar benen zijn mager en over­dekt met don­zig, zwart haar. Uit een klei­ne bui­del, die ze onder haar sari rond haar middel draagt, haalt ze een beduimelde foto te­voor­schijn. Ze toont hem aan mij en zegt: ‘Look, my mother.’

Op een charpoi ligt een vrouw opgebaard van wie de ogen en de mond half open staan. Het lange, grijze haar is aan weerszijden van haar hoofd over haar borst gedrapeerd. Rond haar schouders ligt een krans van bloemen. Achter haar, aan het hoofdeinde van het bed, staat een klein meisje dat met grote verbaasde ogen in de lens kijkt.
‘Me,’ zegt ze wijzend op het kleine meisje, ‘Mot­her dead.’
Haar onbevangenheid raakt me diep. Ik pak de foto van haar aan en vraag haar hoe oud ze is op de foto.

Een tijdje kijkt ze naar het vergeelde plaatje. Dan haalt ze haar schou­ders op. ‘How many years?’ vraagt ze terwijl ze haar wijsvinger in mijn borst priemt.
Ik zeg haar mijn leeftijd, maar of ze het begrijpt kan ik niet van haar gezichtsuitdrukking aflezen.

Dan trekt mijn ring haar belangstelling. Een ring met een diepblauwe lapis lazuli steen die ik in Ladakh heb gekocht. Ze vraagt of ze hem mag passen. Met moeite wrik ik de ring van mijn vinger en schuif hem aan haar uitgestoken middelvinger.
Met gespreide vingers houdt ze haar hand op een armlengte van haar gezicht. Ze kijkt er aandachtig naar, haar hoofd een beetje scheef.
‘Beautifull,’ fluistert ze. Uit een bundeltje kleren dat naast haar op de grond ligt pakt ze een zilveren ring met een kleine turkoois. ‘You my ring, me your ring. We not forget. Okay?’
Vragend kijkt ze me aan.
‘Okay?’ vraagt het meisje nogmaals.
Hoe zou ik kunnen weigeren.

Ze schuift de ring aan mijn pink omdat hij te klein is voor mijn ringvinger.
‘You like?’ vraagt ze hoopvol.
Ik bekijk de ring die zelfs voor mijn pink nog te ruim is en knik.
Ze lacht en onbevangen schuift ze tegen me aan. Haar hand, met aan haar middelvinger mijn ring, legt ze met gespreide vingers op mijn bovenbeen.

Zonder verder te spreken kijken we voor ons uit naar de heilige rivier. Achter mij hoor ik een brahmaan zijn gebeden prevelen. In het water vinden de rituele wassingen plaats. Hoog boven de rivier trekt een onzichtbaar vliegtuig een helwitte condensstreep. Het lijkt alsof een godenhand met een vlijmscherp mes een snede kerft in het blauw van het uitspansel, waardoor er een dunne streep van het oneindige universum daarachter zichtbaar wordt.
Tijd bestaat niet meer, alleen het moment telt.

Ik schrik op uit mijn gepeins doordat het meisje haar hand op mijn arm legt en mij lang aankijkt zonder dat ik kan bevroeden wat er in haar omgaat.
Dan staat ze op en loop in de richting van de Ganges.
Ik kijk haar na en zie hoe ze langzaam de rivier inloopt en zich onderdompelt in het rimpelende water.

0 reacties op “Memories

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: