Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet
 ik noem ze niet.
 Maar één, het afstand doen en scheiden.
 En niet het snijden doet zo'n pijn,
 maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
 vlinderlicht rustend op de aarde,
 alleen nog maar zijn wezen waard.
 Maar tussen de aderen van het lijden
 niets meer om u mee te verblijden:
 mazen van uw afwezigheid
 bijeengehouden door wat pijn
 en groter wordend met de tijd.
 Arm en beschaamd zo arm te zijn.

M. Vasalis (1909-1998)

Herfstblad

Mijn moeder is 76 jaar geworden.

Toen ze stierf vond ik dat niet echt oud, maar het leek mij toen een mooie leeftijd om te bereiken. Ik was op dat moment 49 jaar.

Maar nu, nu ik zelf de 70 jaar heb bereikt, kijk ik toch wel anders tegen die leeftijd van 76 jaar aan. Want wat is zes jaar op een mensenleven? En achterom kijkend, 64 ligt voor mijn gevoel pas achter me.

Helaas weet ik niet hoe mijn moeder daar tegenaan heeft gekeken. Nooit over gehad toen ze ziek was. Dood wilde ze nog niet, dat weet ik wel. O ja later, op het einde, toen ze alleen nog maar in bed lag en altijd pijn had. toen wel. “Laat mij maar gaan,” zei ze soms.

Op een ochtend werd ik gebeld door het ziekenhuis met de mededeling dat mijn moeder mij wilde spreken. Toen ik aan haar bed stond zei ze dat ze niet meer wilde leven, de pijn was te erg. Ik keek naar haar en zag haar liggen met de infusen in haar lijf en haar loden jas van pijn. Ze was niet veel mens meer, klein en mager, slechts een schaduw van wie ze was geweest. En ik begreep het. Ik begreep dat ze op die manier niet meer wilde verder leven.

Ik was er niet bij toen ze stierf. Ze wilde dat we naar huis gingen. Ze kon het leven niet loslaten met haar kinderen om zich heen. Ze is alleen gestorven.

Als de God waarin ze geloofde bestaat denk ik dat ze daar wel zal zijn. Daar hoopte ze op.