Ik was een moederskindje, zoals dat werd genoemd in de jaren dat ik jong was.

Ik vond het heerlijk om bij mijn moeder in de keuken te zijn en af en toe wat hand en spandiensten in huis te verrichten. Meestal stelde dat niet zoveel voor denk ik nu, maar als kind had ik het idee dat ik een zinvolle bijdrage leverde en mijn moeder echt hielp.

De bijdragen konden bestaan uit bijvoorbeeld stofzuigen, bedden opmaken, pannen uitlikken (dan waren ze immers makkelijker af te wassen), of de oranje spaarzegeltjes van de Loosduinse Winkeliersvereniging (LWV) opplakken. Maar het liefst van alles assisteerde ik toch in de keuken. Wanneer mijn moeder bezig was met de bereiding van de dagelijkse warme maaltijd.

In die tijd werd er bij ons thuis “gewoon” Nederlandse pot gekookt. Aardappels, jus en groenten met op woensdag een balletje gehakt en op zondag een stukje vlees. Zo ging dat toen. Veel geld was er niet, maar voor zover ik me kan herinneren genoot ik als kind altijd van de maaltijden en at ik met smaak. Niemand maakte zulke lekkere hachee, rode kool of tomatensoep, als mijn moeder.

20180124_101243.jpgWanneer mijn moeder aan het koken was, gebruikte ze soms een kookboek. Het was het Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool geschreven en  samengesteld door C.J. Wannee.

Als kind was het een van mijn grootste genoegens te bladeren in dat boek terwijl mijn moeder boven de dampende pannen stond. Er stonden prachtige kleurenplaten in van allerlei exquise gerechten, taarten, koekjes, nagerechten en salades. Maar ook afbeeldingen van de meest geheimzinnige kaassoorten, de vreemdste vissen, paddenstoelen en fruitsoorten.

Eekhoorntjesbrood, Fluweelpootje, Reine Claude, Vossebes, Dille, Zeewolf, Geep, Kwabaal, Robio di Robiola, Noorse geitenkaas, het kon allemaal niet op.

Maar het was toen de ver van mijn bed show. Onbereikbaar.
Waarschijnlijk juist daarom zo ontzettend mooi.

20180124_105209_001.jpg