STERRENSTOF

Mijn hand in die van jou
onze ogen wijd open
stappen we de donkerte
van een kijkdoos binnen
onder ons van watten gemaakt
en bekleed met schelpen
gloeit het strand nog na
boven ons geprikt in zwart
miljarden sterren
als je huivert vraag ik me af
komt het door de koele wind
of is het mijn hand
die moeiteloos zijn weg vindt
naar de warmte tussen je benen

het orgasme van meteoriet
valt feilloos samen met dat van jou