In het voorjaar van 1957 is ons gezin verhuist van de flat aan de Nieuwe Weg (zie blog  Woonhuis #2) naar een eengezinswoning aan de Prins Hendrikstraat 49 opnieuw in Loosduinen.

Screenshot_20180131-124655.png
Een aantal woningen zijn al dichtgespijkerd, waaronder ons huis.

Het waren een paar spannende weken. Via, via hadden mijn ouders te horen gekregen dat de moeder van een familie die in een portiek verderop bij ons op de Nieuwe Weg woonde, graag dichterbij haar dochter wilde wonen. Het idee ontstond toen bij mijn ouders om woningruil te doen met de oudere dame, zodat ze vlakbij haar dochter kon wonen. De spanning was er omdat beide woningbouwverenigingen toestemming moesten verlenen voor de ruil.

Met mijn oudere zus ben ik gedurende die weken een aantal keer langs de woning in de Prins Hendrikstraat gelopen. Er was een kleine voortuin, afgescheiden van de straat met een houten hek, en de straat waaraan het huis lag was een vrij brede maar rustige straat. Door een poortje kon je “achterom gaan” en kwam je via de achtertuin bij de schuur en de achteringang van de woning. Wij waren in ieder geval erg enthousiast en zouden er maar wat graag willen wonen.

Groot was dan ook onze opluchting toen mijn vader en moeder, na een gesprek met de huidige bewoonster en de woningbouwverenigingen. op een avond thuiskwamen en ons vertelden dat de verhuizing zou doorgaan.

De woning aan de Prins Hendrikstraat 49 voelt voor mij nog altijd als mijn ouderlijk huis. Ik was 10 jaar toen ik er in het voorjaar van 1957 kwam wonen en bijna 23 jaar toen ik er in 1971 voorgoed vertrok.

Ik heb in die woning mijn puberteitsjaren en de groei naar de volwassenheid doorgemaakt. Ik las er mijn Sjors en Sjimmie stripboeken en mijn eerste boek van Jan Wolkers. Kocht er mijn zelf verdiende fiets van het geld van  mijn krantenwijk, en voerde er mijn Puch bromfiets op tot fenomenale snelheid. Ik heb er katten geboren en voor de deur doodgereden zien worden. Vanuit deze woning vertrok ik gedurende 18 maanden iedere zondagavond richting Nunspeet voor het vervullen van mijn militaire dienstplicht en kwam er op vrijdagavond weer terug om vervolgens door mijn moeder te worden voorzien van ècht voedsel. Op mijn knieën zittend voor de rand van mijn bed heb ik devoot mijn avondgebedje opgezegd, maar ik heb God er ook vervloekt. Tot over mijn oren ben er voor de eerste keer verliefd geworden en heb er eveneens de eerste desillusie van de liefde meegemaakt. Ik heb er mijn ouders verwenst, en ik heb er zielsveel van ze gehouden. In dat huis ben ik voor een groot deel gevormd tot wat ik nu ben.

Het was een mooi, eenzaam, warm, benauwend, opwindend huis. Helaas bestaat het niet meer. In de geest van de vernieuwingswaan heeft het de Gemeente Den Haag behaagt het te slopen, net zoals ze met het grootste deel van het mooie oude Loosduinen hebben gedaan. De woning is ergens in 1979 tegen de vlakte gegaan. Ik woonde er toen dus al niet meer. Mijn ouders hebben tijdelijk in een vervangende woning gewoond en zijn een paar jaar later in een nieuwbouw woning op ongeveer dezelfde plek teruggekeerd. De straatnaam was inmiddels gewijzigd in Symfoniestraat. Nadat mijn moeder in 1997 was overleden is mijn vader tot aan zijn dood in 2002 in een verzorgingshuis in Loosduinen gaan wonen.

Wat er van de woning rest zijn slechts een paar foto’s. Maar ja, niets is voor de eeuwigheid.

20180205_115611.jpg
De woning op nr 51 wordt dichtgespijkerd. Mijn ouders woonden er toen nog, in het huis links daarvan op nr 49.
IMG-20180125-WA0018.jpg
Mijn moeder begin 1980 op de puinhopen van de woning.