Ik zag hem staan in de sportschool, lachend en grappen makend met twee jonge vrouwen. Hij had een kort Kappa sportbroekje aan en een shirt in dezelfde verwassen bruinachtige kleur, waaronder de welving van een klein buikje zichtbaar was. Toen de vrouwen van hem vandaan liepen, richtte hij zijn aandacht op mij.

“Ik weet niet wat dat is,” zei hij, “maar ik krijg altijd aandacht van vrouwen. M’n hele leven al. Mijn moeder heeft vroeger eens gezegd dat je met zulke ogen als ik heb nooit verlegen zal zitten om aandacht van vrouwen. En ze heb gelijk gehad.”

Hij had blauwe ogen, ondeugende staalblauwe ogen.

“Maar ik doe het nu alleen nog maar om een beetje te dollen,” ging hij weer verder, “als je 83 bent dan is het wel mooi geweest. Tot m’n 30ste heb ik de hele wereld geneukt, daarna ben ik getrouwd en heb ik het altijd bij m’n eigen vrouw gehouden.”

Hij nam een paar slokken water uit een roze bidon die mooi paste bij de kleur van zijn ogen. Ik maakte hem een compliment over hoe hij er uitzag op z’n 83ste en zei dat ik er voor zou tekenen.

Pikketanesie

Met zijn handdoek, die hij om zijn nek had hangen, veegde hij over zijn gezicht. “Gewoon een beetje in beweging blijven en niet te benauwd leven,” zei hij. “Goed eten en drinken, das belangrijk. Ik neem al zo lang ik me kan herinneren elke dag 2 pikketanussies en in het weekeinde en bij verjaardagen een paar meer. Heerlijk voel ik me daarbij. En nu willen ze mij gaan wijsmaken dat alcohol slecht is voor een mens. Ja als je je elke dag klem zuipt, dan wel, maar dagelijks een pikketanussie, dat kan toch niet slecht zijn. Dat is medicijn”

Zwijgend keek hij mij aan alsof hij verwachtte dat ik zou vertellen wat mijn alcoholconsumptie is.

“Ze maken overal een punt van tegenwoordig. Je mag geen suiker meer, geen brood meer, geen macaroni meer, niet te lang zitten, is allemaal slecht voor een mens beweren ze. Nou ik geloof er geen reet van. En nu is de drank aan de beurt. Mijn moeder zei altijd: alles met mate dat zal u bate, en zij kon het weten want haar broer was dokter. Weet je wat slecht is voor een mens, overal bang voor zijn. Angst daar gaan de meeste aan kapot, geloof mij maar.”

Ik knikte en zei dat stress inderdaad niet goed is voor ons mensen.

Weer keek hij mij even zwijgend aan. Toen haalde hij diep adem en zei: “Ik ga nog effe wat doen, beetje dit goddelijke lichaam trainen.”

Hij lachte en gaf me een klap op mijn schouder met een hand waar wonderlijk veel kracht in schuilde.

Toen hij zich omdraaide en in de richting van de crosstrainers liep, sprak een vrouw hem aan en vroeg hoe het met hem ging. “Met mij gaat het altijd goed meissie,” antwoordde hij.

En ik twijfelde daar geen moment aan.