Novelle - De Sodomsappel

De Sodomsappel – Hoofdstuk 1 – 1/3

1. De mastodont (1/3)

 

Op de derde dag van haar verblijf op het eiland had ze het geluid voor
het eerst gehoord. Vanaf de plaats waar ze zich toen bevond, het kleine
terras aan de zijkant van de vakantiebungalow, was het een geheel van op
de wind gedragen, niet van elkaar te onderscheiden intonaties geweest.
Het kwam van achter het lager gelegen moeras, daar waar de bergen nog
heuvels zijn. Vermengd met de kruidige geur van de begroeiing van de
berghellingen was het met golfbewegingen haar richting uit gekomen.
Ze had scherp geluisterd en gemompeld dat het stemmen moesten zijn.
Ja, ze had het zeker geweten, het waren stemmen. Wellicht waren het
herders die op zoek naar jonge grassen met hun kuddes naar de hoger
gelegen plateaus trokken.

De rest van die ochtend had ze de stemmen telkens weer gehoord. Ze had
haar best gedaan ze te negeren, zich op andere zaken te concentreren,
maar dat was haar niet gelukt. Rond het middaguur had ze haar
nieuwsgierigheid niet langer kunnen bedwingen en besloten op onderzoek
te gaan.

Over een smal zandpad dat langs het moeras liep, ging ze in de richting
van het geluid. Toen ze dichter bij de bron ervan kwam, kon ze zowel de
stemmen van mannen, als de veel lichtere van vrouwen onderscheiden.
Het was alsof ze zongen; een beurtzang, waarbij de mannen antwoord gaven
aan de vrouwen. Met moeite worstelde ze zich door dichte, manshoge
struiken, waarbij ze steeds even moest stilstaan omdat de stof van haar
jurk aan de stekelige takken bleef hangen.

Geheel onverwacht stond ze aan de rand van een wijngaard, oog in oog met
een groep door de zuidelijke zon gekleurde mensen: vrouwen die om hun
hoofd
kleurige doeken droegen waar onderuit zwarte haren piekten en mannen,
waarvan sommigen met ontbloot bovenlijf, glimmend van het zweet, hun
gezicht overdekt met baardstoppels.
Donkere ogen keken haar verbaasd-nieuwsgierig aan. Her en der verspreid
tussen de wijnranken zag ze rieten manden die waren gevuld met diep paars
gekleurde druiven waar de dauw van de ochtend nog leek op te liggen.

Getroffen door de schoonheid van wat ze zag, wist ze niet wat te doen of
te zeggen. Seconden lang leek het beeld bevroren en het kwam haar voor
alsof ze een allegorisch schilderij was binnengestapt.

Het tafereel kwam weer tot leven toen een van de mannen zich losmaakte van
de groep. Hij liep op haar toe, hield haar een kleine tros druiven voor en
pakte haar hand, waar hij met zuidelijke charmes een kus op drukte.
De overige mannen klapten in hun handen en de vrouwen begonnen uitbundig
te lachen. Een ogenblik had ze zich opgelaten gevoeld en kwam de gedachte
in haar op zich om te draaien en weg te lopen van deze mensen, terug te
gaan naar de bungalow. Maar het lachen van de vrouwen werkte aanstekelijk
en even later lachte ze schuchter met hen mee.

In de schaduw van een kurkeik spreidde een jonge vrouw een rode doek op de
grond en nodigde haar uit er op plaats te nemen. Uit de mand waar de doek
overheen had gelegen, pakte de vrouw platte ronde broden en kaas die in
vochtige katoenen lappen werd bewaard en twee stenen kruiken. De vrouw
stalde alles uit op het midden van de doek en nam naast haar plaats. De
anderen schoven aan en zittend in een kring aten ze de scherp smakende
kaas met kleine, zwarte olijven en dronken wijn uit bruine, stenen bekers.

Toen ze haar beker leeg had werd deze door de vrouw die naast haar zat
ogenblikkelijk bijgevuld. Ze voelde zich lichtelijk beschaamd door zoveel
onbaatzuchtige gastvrijheid, bedankte de vrouw en vroeg naar haar naam.

‘Dione,’ antwoordde deze. Haar ogen waren groot en donker, haar huid
gebruind door de zon.

‘En u?’ vroeg Dione in een wonderlijke mengeling van Frans en Italiaans.
‘Rivka,’ had ze geantwoord en het was alsof haar naam haar plotseling lichter voorkwam.
De twee vrouwen hieven hun bekers en proostten zonder woorden met elkaar.
Ze bekeek aandachtig het ovale gezicht van Dione en het maakte grote
indruk op haar. Het deed haar denken aan dat van de vrouwen op de fresco’s
in een kleine kapel op het eiland. De dag ervoor had ze die bezocht en was
in de ban geraakt van de door de tijd verbleekte muurschilderingen. Die
vrouwen op de fresco’s had ze van zo een pure volmaaktheid gevonden, dat
ze zich nauwelijks had kunnen voorstellen zoveel schoonheid ooit in
werkelijkheid te zullen ontmoeten. De handen van Dione waren jongensachtig
en haar afgebroken nagels hadden rouwranden. Toen Dione bemerkte dat Rivka
naar haar handen keek, deed ze haar armen over elkaar en verborg haar
handen onder haar oksels.

De rest van de dag bleef Rivka bij de plukkers en hielp met het verzamelen van
de volle manden. Met een hoofd vol van door de tijd ontwende lichtheid,
probeerde ze zachtjes mee te neuriën met de liederen die de vrouwen zongen.

Aan het einde van de werkdag, toen alle manden vol waren, kwam er een man
naar haar toe. Met een sierlijke zwaai nam hij zijn zwarte pet af, waarvan
de rand een rode striem op zijn voorhoofd achterliet. Hij maakte een lichte
buiging en bedankte haar voor haar hulp. Altijd was ze welkom op zijn
landgoed, zei hij. Zijn gegroefd gezicht toonde enkel vriendelijkheid.
Opnieuw raakte ze in verlegenheid en stotterde in haar beste schoolfrans
onsamenhangende woorden als dank.

Naast elkaar liepen Dione en de man samen met de andere plukkers weg.
Rivka bleef hen nakijken tot de groep werd opgenomen in het door de hitte van
de namiddag nog zinderende landschap.

© Harme van Kamp - Amsterdam

Bron afbeelding: Pixabay

14 reacties op “De Sodomsappel – Hoofdstuk 1 – 1/3

  1. Het is duidelijk dat je schrijverstalent hebt. Het begin van een ontluikend mooi verhaal, voert me mijmerend mee naar het eiland. Ik waan me over uitgestrekte wijngaarden, die rijpen in de zon. De geur van fruitige lust, smaakt naar meer… Je hebt ook mijn nieuwsgierigheid gewekt.
    Vriendelijke groet, Heidi

    Liked by 1 persoon

  2. Pingback: Het eiland – deel 2 – HARME BLOGT

  3. Wat mooi en warm. Doet goed op zo’n druilige dag

    Liked by 1 persoon

  4. Paula de Hoog

    Prachtig verhaal, Harme. Wat een mooie warme sfeer!

    Liked by 1 persoon

  5. Harme, dit is genieten! De zon brandt als het ware op mijn gezicht en ik zit op het doek onder de boom.
    Jouw beeldrijke manier van schrijven is gewoon ‘vangend’. Je wordt direct meegezogen. Waarom schrijf je geen boek? Het is nooit te laat, toch?

    Liked by 1 persoon

  6. hanna de hoogh

    Die vrouw zou ik nu wel willen zijn , wat een mooi beeld in woorden!

    Liked by 1 persoon

  7. Harme, ik geniet van je prachtige korte verhaal. Ik word helemaal meegezogen in wat zij beleefd. Heel mooi.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: