Gisteravond, direct bij mij in de buurt, een gewapende roofoverval. Of beter gezegd, een poging daar toe. Door heldhaftig gedrag van “het slachtoffer” dat door de overvallers met een handvuurwapen is bedreigd en enkele malen hardhandig op zijn hoofd is geslagen,  sloegen de drie laffe gangsters op de vlucht. Tijdens hun vlucht waren ze nog wel zo stoer om een kogel af te vuren op hun achtervolgers.

In dezelfde nacht schietincidenten op twee andere plekken in Amsterdam. Af en toe bekruipt me het gevoel dat Nederland afzakt naar het niveau van een Gangsta’s Paradise.

 

Maar goed, het gaf begrijpelijk nogal wat commotie in de buurt. Politie, ambulance, blauwe zwaailichten. Het goede er aan is dan te bemerken dat buurtbewoners zich juist  op zulke momenten betrokken voelen bij elkaar.

En dan lig ik eindelijk in bed en kan ik gelukkig goed in slaap komen. Zo gaat dat namelijk bij mij. Er zijn niet veel zaken die mij uit mijn slaap houden. 

Maar dan. Dan ben ik in een diepe slaap en droom. En waar droom ik dan over? Over een worstfabriek. Stel je voor, ik de vlees weigerende consument droom dat ik in een worstfabriek werk. Vlees vermalen, darmen vullen, touwtje aan het einde erom en in dozen stoppen. En dan  de volgende worst maar weer en de volgende. De volle dozen plak ik zorgvuldig dicht en worden opgeborgen in grote, schaars verlichte  koelcellen. Deur dicht, grendel er op. Klaar.

Dat is toch vreemd.

Doe ik misschien in mijn slaap wat anderen doen als ze klaarwakker liggen te piekeren? Heeft het één misschien iets te maken met het ander? Worden het worsten van gangstervlees?

Ik moet er niet aan denken.

Bron afbeelding: Pixabay.