Er werd een cappuccino voor me neergezet waardoor ik uit mijn gepeins opschrok en mijn ogen opende. Ik bedankte het meisje dat het kopje voor mij had neergezet en sloot nog even opnieuw mijn ogen om me te koesteren aan de warme voorjaarszon. Ik probeerde me te herinneren waarover ik zonet nog had zitten denken, maar ik wist het nu al niet meer.

Ik stak het lepeltje in het melkschuim en roerde langzaam. Er passeerden mensen langs het terras van het café waar ik zat. Mensen die een boodschappenwagentje voorttrokken of een witte plastic tas met de bekende lichtblauwe letters sjouwden. Anderen liepen kennelijk doelloos voorbij, soms alleen, dan weer met meer. Maar iedereen nam vandaag de tijd en genoot ogenschijnlijk van het zomers aandoende weer.

In de verte links van mij kwam een jonge vrouw achter een wandelwagen aanlopen. Ze slenterde meer dan dat ze liep en keek om de paar passen in de wagen. De kap was omhoog getrokken, dat was vast gedaan om het pasgeboren mensje dat in de wagen ligt tegen de zon te beschermen, zo stelde ik me voor.

Het was een mooie moeder om te zien, met lang bruin haar en gekleed in lichte, zomerse kleding. Ze liet haar blik over het kleine terras gaan en haar oog viel op het tafeltje naast mij. Handig manoeuvreerde ze de wagen zo dat het zonlicht er niet direct in kon vallen en de baby in de schaduw bleef. De vrouw zag er ontspannen uit en maakte op mij een gelukkige indruk. Wellicht was het voor haar de eerste keer dat ze na de bevalling naar buiten kon met haar kindje.

Toen ze de kap van de wagen alsnog omlaag deed zag ik tot mijn verbazing dat er helemaal geen baby in lag, maar een hond. Hij lag ook niet, maar zat rechtop en keek de vrouw in volle aanbidding aan. Het was een soort wit-bruin gevlekte mini cockerspaniël. De vacht van het beestje zag er slecht uit, dof en met hier en daar kale plekken.

Overdreven, was mijn eerste gedachte, een hond in zo’n dure wandelwagen, het moet toch niet gekker worden. Toen boog de vrouw zich voorover en tilde het beestje uit de wagen. Alsof het een hondje van breekbaar porselein was, zo zette ze het beestje op zijn pootjes. Vervolgens liep ze stap voor stap naar een dichtbij staande boom waaromheen een zanderig stukje grond was. De hond die nauwelijks kon lopen, sjokte achter haar aan en zakte voortdurend door zijn achterpoten waardoor het achterlijf over de straat sleepte. Liefdevol wachtte de vrouw bij de boom tot de hond een plasje had gedaan. Het moet een plasje van niks zijn geweest, want het nam slechts een paar seconden in beslag.

Toen ze samen terug kwamen slenteren, glimlachte de vrouw naar me. Ik bedacht me hoe snel ik mijn oordeel had klaar gehad en het nogal overdreven had gevonden om een hond in een wandelwagen rond te rijden. Terwijl ik nu pas begreep hoe liefdevol deze vrouw juist met haar huisdier omging. Niks geen spuitje omdat het voor het beestje het beste zou zijn, maar er voor blijven zorgen, ook wanneer het allemaal niet meer zo gladjes verliep.

Ik sloeg mijn ogen neer en voelde hoe de schaamte bezit van mij nam, zoals een snel opkomende vloed het strand verovert.

Bron afbeelding: Pinterest