Novelle - De Sodomsappel

De Sodomsappel – Hoofdstuk 4 – 2/2

4. De Visser – (2)

 

‘Madame?’ zegt de vrouw achter het buffet wanneer ze Larisa ontwaart.
Larisa schrikt op uit haar gepeins en bestelt een koffie met veel warme melk.
Als ze weer buiten komt ligt het terras er verlaten bij. Naast de stoel waarop de vrouw zonet zat ligt de sigaret nog op dezelfde plaats te smeulen op de grond. Op het tafelblad staat haar koffie onaangeroerd. Op de rand van het kopje zit felrode lippenstift. Larisa gaat aan het tafeltje ernaast zitten en tuurt het strand af. In de verte meent ze het vinnig wegstappende beeld van de vrouw te zien.
Op dat moment komt de gebochelde man met twee hengels onder zijn arm fluitend het restaurant uitlopen. Direct vanaf het terras springt hij op het lager gelegen strand. Met een brede grijns die zijn bruine tanden en een gedeelte van zijn tandvlees ontbloot, kijkt hij om en geeft Larisa een vette knipoog. Daarna loopt hij in de richting van een kleine boot die half op het zand is getrokken. Hij legt de hengels erin en duwt het vaartuig schijnbaar moeiteloos in zee. Zonder zich erom te bekommeren dat zijn broek nat wordt, loopt de man tot aan zijn dijen het water in. Vervolgens klimt hij met een onverwachte behendigheid in de boot. Na wat gepruts aan de buitenboordmotor, trekt hij enige keren aan het startkoord waarna de motor pruttelend aanslaat. Het licht van de zon weerkaatst in felle lichtstralen op het bijna rimpelloze water waardoor Larisa haar ogen een beetje moet dichtknijpen. Toch blijft ze de man nakijken, tot het moment dat hij enkel nog een stip op de eindeloze zee is.
Ze pakt het kopje en houdt het met twee handen vast. Terwijl ze kleine slokjes van de koffie neemt, wordt haar aandacht getrokken door twee vrouwen die hand in hand langs de vloedlijn slenteren. Ze zijn verwikkeld in een geanimeerd gesprek en hebben alleen oog voor elkaar. Hun gebruinde lichamen glanzen in het zonlicht. Het volledig in elkaar opgaan van die twee vrouwen, roept bij Larisa een sterk verlangen op naar aandacht en tederheid. Feilloos plaatsen haar hersenen er de juiste herinnering bij. Maria.

Ruim twee jaar geleden. Larisa was net eenentwintig. Maria had ze ontmoet op een feest bij een studiegenoot van de academie. Het was een imponerende vrouw van begin dertig met kort zwart haar, diepbruine ogen en een grappige Spaanse tongval. Doordat ze tegelijkertijd het toilet wilden binnen gaan, waren Larisa en Maria met elkaar in gesprek geraakt. Maria vertelde dat ze was geboren in Lima, de hoofdstad van Peru. Na haar studie Engels en Frans was ze gaan werken bij het ministerie van buitenlandse zaken. Dit op voorspraak van haar vader die daar een belangrijke functie bekleedde. Drie jaar geleden was ze uitgezonden naar Europa. Sinds twee jaar woonde ze in Den Haag, waar ze als tolk werkzaam was voor de Peruaanse  zaakgelastigde.
Terwijl Larisa naar Maria’s uiteenzetting luisterde had ze alle gelegenheid haar te observeren. Ze werd getroffen door de volmaakte symmetrie van haar gezicht. Ze kon haar ogen er niet van afhouden.
‘En nu jij,’ hoorde ze Maria opeens zeggen.
‘Eh… zullen we eerst nog wat te drinken halen?’ stelde Larisa voor.
‘Dat doe ik wel,’ zei Maria snel. ‘Kan jij nadenken wat je mij wilt vertellen. Wat wil je
hebben?’
Toen ze wegliep naar de kamer waar de tafel met de drank stond bemerkte Larisa hoe haar gezicht gloeide, hoe droog haar keel aanvoelde. ‘Let op je zaak Lara,’ mompelde ze. Tegen beter weten in maakte ze zichzelf wijs dat het door de benauwde, rokerige ruimte kwam.

De rest van het feest brachten ze in elkaars gezelschap door. Maria sleepte voortdurend met drankjes en hapjes. Larisa liet zich de aandacht die ze van Maria kreeg maar al te graag welgevallen.
Toen Maria voor de zoveelste keer met twee glazen wijn in haar handen op Larisa kwam toelopen flapte Larisa er ineens uit: ‘Zou je geen zin hebben om eens model te zijn op de academie. Goede modellen zijn schaars en moeilijk te vinden.’
Maria leek in het geheel niet verbaasd door de vraag. ‘Is het goed als ik er eerst eens over nadenk?’ waren de enige woorden waarmee ze op de vraag reageerde.

Toen Larisa ’s morgens rond vijf uur zei dat ze moe was en naar huis ging, deed Maria
haar zonder enige inleiding een voorstel.
‘Bueno’ zei ze. ‘Ik kom poseren bij jou op de academie, maar dan moet jij met mij
meegaan op vakantie naar Zuid Frankrijk. Deal?’
Larisa was van haar stuk gebracht door zoveel directheid. ‘Ja, nou, eh… ik vind het nogal een gok om met iemand op vakantie te gaan die ik nauwelijks ken. Ik bedoel, je moet toch maar afwachten of je het met elkaar kunt vinden. Enne… daar komt bij dat ik momenteel behoorlijk krap bij kas zit, dus heb ik er sowieso geen geen geld voor.’
‘We hebben nog ruim drie weken om elkaar beter te leren kennen,’ zei Maria luchtig. ‘En wat de financiën betreft, mijn papa betaalt. Hij heeft geld zat, dus maak je daar vooral geen zorgen over.’

De daarop volgende dagen deed Larisa haar uiterste best om over het voorstel van Maria na te denken. Maar in plaats van tot een weloverwogen antwoord te komen, kocht ze een Mexicaans kookboek, omdat ze geen Peruaans exemplaar kon vinden en luisterde ze tijdens het schilderen naar Zuid-Amerikaanse muziek.
Nooit tevoren kende Larisa zoveel zorgeloosheid als tijdens die drie weken vakantie in Frankrijk. Maria week geen moment van haar zijde. Iedere toenadering van de Franse mannen in haar richting strafte ze met een dodelijke blik genadeloos af. Ze genoten van de aanwezigheid van elkaar en bedreven de liefde op de meest uiteenlopende plaatsen: in de auto, in het hotel, in zee en in de verlaten bunker aan het strand.
‘Vivo como una diosa en Francia,’ zei Larisa op een keer nadat ze  het Spaanse
woordenboek had bestudeerd. En ze verkneukelde zich erover dat zo’n cliché in het
Spaans een totaal nieuwe dimensie kreeg.

De winter die daarop volgde was er voor Larisa een van ongekende energie en productiviteit. Geregeld schilderde ze hele nachten door terwijl Maria in een hoek van het atelier op een matras lag te slapen. Vaak vrijden ze nog voordat Maria naar haar werk ging, haastig en steeds op de klok kijkend. Wanneer ze Maria had uitgezwaaid en haar auto om de hoek van de straat was verdwenen, spoedde Larisa zich naar binnen en kroop in het nog warme bed. Daar snoof ze de geur van hun lichamen op die nog tussen de lakens hing. Ze hoopte vurig dat de hemel, waarin ze zich nog altijd een Godin voelde, eeuwig zou blijven duren.
Maar in het voorjaar vertrok Maria voor een jaar naar Peru en toen ze terug kwam was Maria, Maria niet meer.

Links van haar op het strand hoort Larisa stemmen die opgewonden naar elkaar roepen. Een aantal mensen verzamelt zich om de gebochelde visser en helpen hem zijn boot op het droge trekken. Ze hoort kreten van afschuw en ziet hoe enkele moeders met afgewend gezicht hun kinderen bij de boot vandaan trekken. De visser bukt zich voorover en tilt met twee handen een kind uit de boot. Met het kind dat hij als een baby in zijn armen draagt, komt hij Larisa’s richting uitlopen. Het kind is enkel gekleed in een donkerblauwe zwembroek. De armen en benen hangen slap omlaag als bij een lappenpop. Bij iedere stap van de visser bungelen ze heen en weer.
Als de man met zijn vangst langs Larisa naar het restaurant loopt, ziet ze hoe het water, dat uit het haar van het kind druppelt, een spoor van donkere vlekken achterlaat op de wit marmeren tegels van het terras. Voor een kort moment ziet ze het opgeblazen, bijna doorschijnende gezicht van een jongen, omlijst door ravenzwart haar waar zand en kleine stukjes van schelpen en zeewier inzitten. De ogen van de jongen zijn gesloten, de mond is half geopend. Een mond met volle, bleek-rode lippen.
Met haar blik volgt Larisa de visser. Ze kijkt door een van de geopende ramen naar binnen de schemerige ruimte in. De gebochelde knielt in een van de hoeken van het restaurant en legt zijn vangst op de grond. Behoedzaam plaatst hij de armen van de jongen kruislings over de borst. Vanachter de bar komt de vrouw aanlopen en samen spreiden ze een wit tafellaken over de jongen uit. Even later staat de visser weer op zijn vaste plaats aan het buffet, waar hij in een teug een glas wijn leegdrinkt dat door de vrouw vrijwel direct weer werd volgeschonken. In de hoek van het restaurant schemert de witte vlek. Het is alsof er iemand een lage, kleine witte tent heeft opgezet.
Larisa staat op en loopt langzaam in de richting van de zee. De moed het restaurant binnen te gaan en de koffie af te rekenen ontbreekt haar volledig. Het zand voelt onwerkelijk warm aan haar voetzolen. Hoe zou de jongen in zee terecht zijn gekomen? Is hij van een schip overboord gevallen terwijl hij aan het vissen was, of had hij zich aan een verre kust, te ver in zee gewaagd? Ze stelt zich voor hoe zijn lichaam van de Italiaanse kust, drijvend op de golven naar het eiland is gekomen.
Wanneer ze langs de boot van de visser loopt, staat daar nog een aantal mensen met elkaar te praten. Ook de twee vrouwen staan erbij. Nog altijd hand in hand.

8 reacties op “De Sodomsappel – Hoofdstuk 4 – 2/2

  1. Mooi hoe je de relatie tussen Larisa en Maria beschrijft zonder in cliche’s te vallen.
    Wie of wat het jongentje is zullen we hopelijk binnenkort vernemen.

    Like

  2. Was het een boek, ik had het meteen verder gelezen… ik zat helemaal in het verhaal… nu is het vol spanning wachten op het vervolg.

    Liked by 1 persoon

  3. Gut wat naar zeg. Ik vraag me wel af of het misschien datzelfde jongetje is van met die bal…

    Liked by 1 persoon

  4. Mooi, het leest als een boek. En zo pakt het de aandacht ook.

    Like

  5. Ik leef gespannen mee. Je schrijven bevalt me echt.

    Like

  6. Een actuele wending! Doet me denken aan een vriend van zoon drie die bij het vissen in Zweden een dode man binnenhaalde. Zo luguber!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: