De Sodomsappel – Hoofdstuk 5 – (1/2)

5. Niet bidden, maar vechten (1/2)

 

Rivka ligt op haar buik op bed. Haar hoofd steunt op haar handen, waardoor de ellebogen diep wegzakken in de zachte vulling van de matras. Op het kussen voor haar, ligt een foto van Rebekka. Rivka heeft hem ruim twee jaar geleden genomen op de avond van Rebekka’s negentiende verjaardag. Haar laatste verjaardag. In haar hand houdt ze haar witte pluchen konijn waar ze uitbundig mee naar de lens zwaait. Een plukje van het bruine haar is voor haar gezicht gewaaid zodat het linkeroog enigszins is bedekt. Haar lachende lippen hebben dezelfde roze kleur als de laag uitgesneden jurk die ze draagt. Een jurk van glimmende zijde die ze ooit samen hebben gekocht. De jurk die thuis nog altijd tussen de andere kleding van Rebekka in de kast hangt.
Rebekka kijkt haar recht in de ogen. Ze lacht. Rebekka die lacht. Waarom kan ze zich het lachen van haar dochter niet meer herinneren? Het geluid dat ze daarbij maakte, het gevoel dat het bij haar opriep. Waarom herinnert Rivka zich alleen het verdriet en de pijn. Rebekka was immers niet alleen verdriet.
Abrupt staat ze op van het bed. Even moet ze tegen de rand er van leunen omdat de vloer lijkt weg te draaien. Na een paar maal diep inademen verdwijnt het lichte gevoel in haar hoofd. Uit een keukenkastje onder het aanrecht pakt ze een aangebroken fles wijn en een glas. Achter elkaar drinkt ze een glas leeg en schenk zich een tweede in. Vervolgens trekt ze een sweatshirt aan en gaat aan de kleine tafel zitten die onder het raam staat. Ze pakt het blocnote en begint te schrijven.

Het was beter geweest wanneer Rebekka nooit was geboren!!! Dan was er geen pijn geweest. Geen herinneringen ook. Een miskraam of abortus (zou ik dat trouwens gekund hebben?) was beter geweest. Of beter nog: dat ìk nooit geboren was.
Stel je eens voor dat mijn moeder toen ze zwanger was van mij zich had laten aborteren. Dan was ik er niet geweest, dan was Rebekka er niet geweest. Of is het misschien zo dat mijn geboorte dan was opgeschoven en mijn jongere broer niet was verwekt. Zoiets als een eerstgeboorterecht. Of misschien was ik wel via een andere vrouw op de wereld gekomen, had ik andere ouders gehad. Dan was mijn leven vanzelfsprekend heel anders verlopen.
Wanneer er zoiets als reïncarnatie bestaat zou het wel eens zo kunnen zijn dat men door het aborteren van een foetus, deze een cyclus in de kringloop van de mens laat overslaan. Daardoor bestaat dan de kans dat het uiteindelijke doel (wat dat dan ook moge zijn) niet bereikt kan worden.

Met een klap gooit Rivka de pen tegen de houten wand van het vakantiehuisje.
‘Wat heb ik aan dat gelul,’ schreeuwt ze tegen de foto op het bed.

 

Wanneer Rivka wakker schrikt is het schemerig in het kleine vertrek. Aan het soort licht dat door de sleetse vaalrode gordijnen naar binnen valt herkent ze het licht als dat van de avond. Verder is haar besef van tijd volkomen verdwenen. Ze rilt en trekt het laken, dat op de grond is gegleden, over zich heen tot net onder haar kin. Vaag herinnert ze zich flarden van een droom. Liggend op haar rug, met gesloten ogen, probeert ze de droom terug te halen.

Rebekka die tot over haar middel in zee stond. Er waren alleen maar grijstinten. Haar huid, haar ogen, de lange haren. Geen kleuren, zelfs geen duidelijk zwart of wit. Enkel grijs in vele gradaties. Ze herinnerde zich dat enkel de borsten van Rebekka in het begin van de droom de kleur van rijpe, rode appels hadden. Haar borsten waren rode appels die op het grijze water van de zee dreven. Toen verdween ook die kleur tergend langzaam. De borsten van Rebekka  leken uiteen te vallen, op te lossen in het niets. Tot stof te vergaan. Rebekka hield haar armen gekruist en had haar handen beschermend op die lege plekken gelegd. Gedurende een kort moment was ze zo blijven staan. Rivka had haar aangekeken, maar ze had geen enkele blik van herkenning in de ogen van haar dochter kunnen ontdekken. Het was alsof ze vanuit dat grauwe water door een totale vreemde werd aangestaard. Toen had Rebekka haar ogen gesloten en zich achterover in het water laten vallen.

Rivka hoort zichzelf kreunen en trekt het laken strak over haar gezicht. Zou dat het tijdstip geweest zijn waarop ze was wakker geworden: het moment dat Rebekka haar geen blijk van herkenning had gegeven, toen haar dochter zich achterover in het water had laten vallen?
Ze blijft een tijd met het laken over haar gezicht liggen, de ogen wijd opengesperd. Haar tranen worden direct in de witte stof opgezogen, zodat ze zichzelf kan wijsmaken dat ze niet huilt. Ze is er van doordrongen dat er nooit meer een moment in haar leven zal komen waarin ze niet zal worden geconfronteerd met het beeld van Rebekka. Waarin ze zonder het schuldgevoel zal zijn, waarin ze de verwijten in haar hoofd, als bij een litanie niet langer zal moeten aanhoren. Altijd zullen deze dingen doorgaan. Dag en nacht en dag.

Bron afbeelding: Pinterest

6 gedachten over “De Sodomsappel – Hoofdstuk 5 – (1/2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s