De Sodomsappel – Hoofdstuk 6 – (1/1)

De Sodomsappel
Rivka, een 43 jarige vrouw, gaat terug naar het eiland waar haar dochter
Rebekka 18 jaar geleden is verwekt. Rebekka was verslaafd aan harddrugs en
is op 17 jarige leeftijd overleden. Rivka hoopt op het eiland met zichzelf
in het reine te komen met betrekking tot de dood van haar dochter en een
antwoord te vinden .op de vraag of en zo ja hoe ze verder moet met haar
leven.
Larisa is een 23 jarige vrouw die na een wandeltocht in de bergen van het
eiland op dezelfde camping terechtkomt als die waar Rivka een bungalow
heeft gehuurd. Larissa worstelt nog met de verwerking van een stukgelopen
liefde.

6. Foetus van de zee (1/1)

 

Die nacht droomde Larissa van de verdronken jongen. Ze liep langs het strand en zag hoe de visser met het kind in zijn armen vanuit het water naar haar kwam toelopen. Toen hij bij haar was bleef hij recht voor haar staan. Hij gaf haar een knipoog en legde de jongen als een baby in haar armen. Ze keek naar hem: zijn gezicht leek van wit marmer, de bleke lippen waren als in een grijns opgetrokken, zodat zijn regelmatige witte tanden zichtbaar waren, op de plaats van zijn ogen waren twee holtes. ‘Uitgepikt door de meeuwen,’ zei de visser. Vervolgens draaide hij zich om en liep de zee weer in. Larissa keek hem na tot het water zich boven hem sloot. De jongen in haar armen woog bijna niets. Misschien hadden de vogels hem van binnen ook wel leeg gepikt, dacht ze. De koude die zijn lichaam uitstraalde drong door haar huid heen en ze voelde hoe haar hart langzaam versteende. Wat ze met de jongen aanmoest wist ze niet, ze stond daar maar, zonder verder iets te ondernemen.

Het gierende geluid van laag overvliegende straaljagers. Plotseling knalt het haar gehoorgang binnen, op volle sterkte. Ze drukt haar handen tegen haar oren, sluit haar net geopende ogen opnieuw en wacht op het moment dat het geraas weg zou zijn. De betrekkelijke stilte na het geraas is een weldaad. Geruime tijd blijft ze uitgestrekt op haar slaapzak liggen en denkt terug aan de dag van gisteren. Weer ziet ze de jongen in de armen van de visser voor zich. De blanke huid was van zo een zuivere schoonheid geweest, zoals ze zelden bij jongens of mannen had gezien, en had daardoor niets angstaanjagends gehad. In totale tegenstelling daarbij was het gelaat van de visser geweest: de gelooide, donkere huid met de baardstoppels, de bruine tanden en het spierwitte dunne haar dat onder de strohoed vandaan piekte. Toch had ze geen disharmonie tussen deze twee uitersten ervaren. Juist door het contrast was er een subtiel evenwicht geweest. Nu pas realiseert ze zich dat het de eerste keer in haar leven is geweest dat ze in het echt een dode heeft gezien. De eerste keer dat ik een dode in levenden lijve heb gezien, bedenkt ze zich en glimlacht om de paradox van haar gedachte. Wat zou er verder met de jongen zijn gebeurd? Waarschijnlijk had de dikke vrouw de gendarmerie gebeld, en natuurlijk de sapeurs-pompiers. Of misschien was er direct wel een lijkauto gekomen. In gedachten zag ze de visser en de vrouw uit het restaurant een klein, wit pakket achter in een lange zwarte auto schuiven.

Haar gedachtestroom wordt onderbroken door de geluiden om haar heen: het tjirpen van de krekels, het driftige open- of dichtritsen van een tent, een jengelend kind, vrouwen die van een afstand met elkaar converseren. Behoedzaam komt ze overeind, kruipt naar de uitgang van de tent en ritst hem open. Buiten in de reeds felle zon heft ze haar armen hoog boven haar hoofd en rekt zich kreunend uit. Links van haar ziet ze in de verte de lege stoel onder de olijfboom. De terrasdeuren van de bungalow staan open, maar de vrouw is nergens te bekennen. Met lome stappen loopt Larissa in de richting van het strand.

Met alleen haar voeten in het water blijft ze een tijdje staan, uitkijkend over de glinsterende zee. Aan de horizon glijdt een wazig schip voorbij. Vanaf de plaats waar ze zich bevindt lijkt het zich langzaam, zonder enige haast voort te bewegen. Door de lichte deining van het schip valt het zonlicht regelmatig vanuit een andere hoek op de metalen mast, zodat deze telkens even het felle licht in haar richting terugkaatst. Het is of er midden op zee een kleine vuurtoren staat die zijn lichtstralen naar het land stuurt. De warmte van de zon op haar huid, veroorzaakt een zinderend gevoel.
Langzaam loopt ze het water in en opnieuw is daar de gedachte aan Maria. Ze voelt haar kussen op haar lippen, over haar rug de strelende handen. Ze ruikt haar geur: een geur die Maria altijd bij zich droeg en waarbij de meest verfijnde parfums reukloos werden.

Maria, die wist dat zij een groot liefhebber van Sappho was, had eens een vers voor haar gemaakt. Op de dag dat ze naar Peru vertrok had ze het aan haar gegeven. Op Schiphol, vlak voor het moment dat ze de douane moest passeren. Sinds die dag kent  Larissa het uit haar hoofd.

Kom mijn geliefde ik wacht op je.
Laten we naar het veld gaan
en ons neervlijen tussen de hennabloemen.
Laten we bij de dageraad gaan kijken
hoe de bedauwde wijnranken
hun zware trossen dragen.
Laten we ons tegoed doen
aan de rijpe vruchten.
Ik gloei,
ik brand van verlangen
om mijn liefdesappelen,
hoog in de hoogste twijgen,
door jouw hand te laten plukken.

Als het water haar onderbuik raakt, stokt haar adem. Zonder directe aanleiding draait Larissa zich met een ruk om en ziet hoe ze vanaf het strand wordt gadegeslagen door een vrouw: de vrouw onder de olijfboom. Doordat het zonlicht op het helwitte zand weerkaatst, lijkt de vrouw een uit zwart marmer gehouwen beeld: een wanhopige vrouw die met opgetrokken schouders en met een hand boven haar ogen haar richting uitkijkt. Opnieuw ervaart Larissa de onbeschaamdheid waarmee de vrouw naar haar kijkt. Ze legt haar handen kruislings over haar borsten en aarzelt. Ze overweegt naar de vrouw toe te gaan, haar te vragen waarom ze haar volgt en zo aanstaart. Maar deze keer beslist haar lichaam voor haar. Het laat zich achterover in het water vallen.

Van onder de waterspiegel kijkt Larissa omhoog en ziet het zonlicht, gebroken door het wateroppervlak, in blauwgrijze vlakken boven haar schitteren. En onvermijdelijk denkt ze aan haar kwasten en schildersezel. Steeds verder zwemt ze, weg van de kust, weg van die vrouw. Traag beweegt ze haar benen terwijl ze de rest van haar lichaam stil houdt. Op de bodem ziet ze deinend wier en de vage contouren van schelpen. Soms denkt ze in een zilveren flits een vis te zien voorbijschieten. Ze laat zich drijven, spreidt haar benen en armen wijd uiteen en voelt zich een met de zee. Ze zou zich willen vullen met het water. Voelt zich een foetus, een foetus van de wereldzeeën, en vanaf dat moment weet Larissa hoe het is een walvis te zijn. Eigenlijk zou ik alleen nog maar onder water moeten schilderen, denkt ze.
Zolang als mogelijk laat ze zich omhelzen door de zee. Pas wanneer haar hartslag bonst in haar oren en haar borstkas op het punt staat uit elkaar te barsten, komt ze als een dolfijn uit het water omhoog. In een niet te stoppen drang tot overleven zuigen haar longen zich vol met lucht.
Na een tijdje wordt haar adem weer rustiger, vindt haar hart weer het gangbare ritme  en zwemt ze op haar rug, met langzame slagen, terug naar de kust. De verdronken jongen moest hetzelfde hebben ervaren. Hetzelfde hebben gevoeld als zij zonet: de aandrang zijn longen vol te zuigen met levenslucht. Maar hij had alleen maar water binnen gekregen en was langzaam en onherroepelijk naar de zeebodem gezakt.

Wanneer Larissa het strand oploopt zoekt ze vergeefs naar de vrouw. Alleen de nog smeulende filtersigaret aan de rand van de vloedlijn en de afdrukken van haar voeten in het mulle zand, verraden dat ze er heeft gestaan.

Bron afbeelding: Pinterest.

10 gedachten over “De Sodomsappel – Hoofdstuk 6 – (1/1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s