De Sodomsappel – Hoofdstuk 15 – (2/2)

De Sodomsappel
September 1989. Rivka, een 43 jarige vrouw, gaat terug naar het eiland
waar haar dochter Rebekka 18 jaar geleden is verwekt. Rebekka was
verslaafd aan harddrugs en is op 17 jarige leeftijd overleden. Rivka
hoopt op het eiland met zichzelf in het reine te komen met betrekking tot
de dood van haar dochter en een antwoord te vinden op de vraag of en zo
ja hoe ze verder wil met haar leven.
Larissa is een 23 jarige vrouw die na een wandeltocht in de bergen van
het eiland op dezelfde camping terechtkomt als die waar Rivka een
bungalow heeft gehuurd. Larissa worstelt nog met de verwerking van een
stukgelopen liefde.
Uiteindelijk zal de ontmoeting tussen deze twee vrouwen desastreuze
gevolgen hebben.

15. Het aureool – (2/2)

Toen ik de kamer van Rebekka inliep zag ik de koffer geopend op haar bed staan. Met haar rug naar mij toe stond Rebekka spullen in de koffer te proppen. Sommige kledingstukken van mij had ze er uit gehaald en rond zich op de grond gegooid.
Met ingehouden adem bleef ik staan en zag hoe ze de inhoud van mijn portemonnee
inspecteerde en hem daarna eveneens in de koffer stopte.

Ik zei haar naam en Rebekka keek verschrikt over haar achouder. Ze had een zonnebril op. Haar lippen zaten onder de koortsuitslag, het haar hing in vette slierten rond de grauwe huid van haar gezicht en haar kleren waren smoezelig en ongestreken.
Voordat ik een woord kon uitbrengen, deed Rebekka de koffer dicht en wilde langs me heenlopen de overloop op.
‘Rebekka,’ zei ik, ‘Waar ben je mee bezig, wat gebeurt er met je? Blijf hier, laten we
praten zoals we vroeger deden. Neem een douche of ga ik het bad en laat me iets te eten voor je maken, je kleren wassen. Maar ga in godsnaam nu niet weer weg.’

Rebekka keek mij even aan en voor een kort moment dacht ik, nee hoopte ik, dat ze de koffer zou neerzetten en naar me toe zou komen om me te omhelzen. Tegen mij zou praten en zou zeggen dat ze weer thuis kwam wonen, dat alles één grote vergissing was geweest. Dat ze haar vader miste en daardoor zo van slag was geraakt.
Maar in plaats daarvan zei Rebekka met een rauw klinkende stem die ik niet herkende
als die van mijn dochter: ‘Bemoei je met je eigen zaken. En zorg jij maar eerst dat je je eigen leven weer op orde krijgt voordat je je druk maakt om dat van mij.’

Nadat ze dat had gezegd duwde ze me opzij en liep de overloop over naar de trap. Ik volgde haar en pakte haar beet bij haar schouder. Wat anders had ik kunnen doen?
‘Je mag je eigen leven leiden, echt waar, maar blijf alsjeblieft nog even. Ik kan je toch zo niet weer laten gaan. Rebekka ik ben je moeder en ik houd van je.’
Het moet geklonken hebben als een smeekbede, als een noodkreet van een moederdier dat weet dat ze haar jong niet meer kan redden.
Rebekka draaide zich wild om, rukte zich los en sloeg me hard en vol in het gezicht. Het werd een paar seconden zwart voor mijn ogen en ik proefde de ijzerachtige smaak van bloed. Wankelend moest ik me  aam de deurpost vasthouden.
‘Blijf met je poten van me af,’ schreeuwde ze.
De klap kwam hard aan en hoewel ik geen pijn voelde, sneed hij als een vlijmscherp mes dwars door mijn ziel. Als bij een ontploffend vuurwerk, zo flitste er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik hoorde de verwijtende stemmen van Gerard, van de psychiater, van mijn moeder door elkaar heen roepen. En ik sloeg terug. Voor het eerst in mijn leven sloeg ik mijn dochter. En ik deed het hard. Toen mijn hand haar hoofd raakte voelde ik de spijt al opvlammen. Snel trok ik mijn hand terug en sloeg hem voor mijn mond in een poging mijn kreet te onderdrukken, maar het was te laat. Het kwaad was geschied en kon niet meer ongedaan worden gemaakt.

Als in een vertraagde film zag ik hoe het hoofd van Rebekka naar achteren sloeg. Hoe ze haar evenwicht verloor en als een lappen pop achterover op de trap viel. Ik hoorde Rebekka schreeuwen en vloeken. Ik zag hoe het hoofd van mijn dochter op de traptreden beukte en uiteindelijk op de marmeren vloertegels van de gang sloeg. Ik hoorde de doffe klap die explodeerde in mijn hoofd. Ik zag hoe het bloed de witte tegels rond het hoofd van Rebekka kleurde alsof er zich een rood aureool vormde. Ik hoorde mezelf haar naam roepen.
Stommelend en struikelend rende ik de trap af en knielde bij haar neer. En nog voor ik naast haar zat wist ik het. Ik wist dat mijn dochter niet meer leefde. Ik zag het aan haar ogen die langs me heen staarde. Als bij een bezwering riep ik nog eenmaal haar naam.
Toen was het stil.

(Eind van deze week verschijnt hoofdstuk 16)
Bron afbeelding: Pixabay

10 gedachtes over “De Sodomsappel – Hoofdstuk 15 – (2/2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.