Op weg naar mijn dochter in Den Haag, zat ik in een vrij drukke trein. Toch zat er tot  Heemstede Aerdenhout niemand tegenover mij en ik kon me, ondanks het geroezemoes om me heen, goed concentreren op mijn boek dat handelde over een man die samen met een vriend een huis gaat bouwen ergens in de Noord-Italiaanse Alpen.

Toen de trein in Heemstede stopte kwam er een jonge moeder met haar dochtertje tegenover mij zitten. Het meisje had krullend donker haar en keek met haar grote bruine ogen verwachtingsvol door het raampje naar buiten. Een jaar of vijf schatte ik haar. In haar armen klemde ze een dinosaurus die er op een vreemde manier vervaarlijk en toch heel onschuldig uitzag. Waarschijnlijk kwam dat door zijn ogen, wat een soort grote bruine knikkers waren.

Toen de trein zich weer in beweging had gezet nam het meisje mij van top tot teen op en zei toen: ‘Ik ga naar Den Haag, logeren bij mijn opa en oma.’

Ik klapte mijn boek dicht, want voorzag dat de man tot aan Den Haag zonder mijn support zou moeten verder bouwen aan zijn bergwoning. ‘Wat fijn voor je,’ zei ik

Het meisje knikte met een ontwapenende glimlach en veegde met een kleine hand een opstandige krul uit haar gezicht. Haar moeder keek liefdevol op haar neer.

‘Waar ga jij naar toe?’ vroeg het kind.

‘Ik ga ook naar Den haag,’zei ik.

‘Ga jij ook naar je opa en oma?’

Ik glimlachte en zei: ‘Nee, ik ga naar mijn dochter, die is jarig vandaag.’

De moeder boog zich opzij naar haar dochtertje en fluisterde iets in de bos wilde krullen.

‘Gefeciliteerd,’ zei het meisje toen lachend.

‘Nou dank je wel hoor, wat lief dat je daaraan denkt.’

Trots keek ze naar haar moeder op.

‘Heb je ook een cadeautje bij je?’

‘Ja,’zei ik, ‘ik heb iets bij me waardoor ze nog lekkerder gaat ruiken dan ze nu al ruikt.’

Het meisje knikte, maar ik betwijfelde of ze begreep wat ik voor mijn dochter had  gekocht.

‘Mijn Dino heb ik ook voor mijn verjaardag gekregen van mijn opa en oma.’

‘O, daarom neem je hem vandaag natuurlijk mee naar Den Haag, zodat je opa en oma  kunnen zien hoe het met hem gaat.’

Het meisje keek me even aandachtig aan en zei toen: ‘Het is een meisje,’ vervolgens drukte ze het beest met veel kracht tegen haar kleine borst en overstelpte de dinosaurus met kusjes.

Toen we Den Haag Centraal binnen waren  gereden en de trein tot stilstand was gekomen liepen we achter elkaar door het pad naar de uitgang. De dinosaurus sleepte met zijn kop over de grond. Op het perron keek het meisje nog even om en zwaaide met de dinosaurus naar mij. Toen ze verder liep, huppelend naast haar moeder, zag ik in de zolen van haar schoenen lichtjes opflitsen.

Met een opgeruimd humeur liep ik door het controlepoortje, de dag was voor mij goed begonnen.

Bron afbeelding: Pinterest