De Sodomsappel – Hoofdstuk 17 – (2/2)

De Sodomsappel
September 1989. Rivka, een 43 jarige vrouw, gaat terug naar het eiland
waar haar dochter Rebekka 18 jaar geleden is verwekt. Rebekka was
verslaafd aan harddrugs en is op 17 jarige leeftijd overleden.
Rivka hoopt op het eiland met zichzelf in het reine te komen met
betrekking tot de dood van haar dochter en een antwoord te vinden op
de vraag of en zo ja hoe ze verder wil met haar leven.
Larissa is een 23 jarige vrouw die na een wandeltocht in de bergen van
het eiland op dezelfde camping terechtkomt als die waar Rivka een bungalow
heeft gehuurd. Larissa worstelt nog met de verwerking van een stukgelopen
liefde.
Uiteindelijk zal de ontmoeting tussen deze twee vrouwen desastreuze
gevolgen hebben.

17. Het wachten (2/2)

Wat moet ik doen, dacht Larissa. En ook, moet ik wel iets doen. Maak ik me zorgen om niets. Misschien is Rivka gewoon niet naar bed gegaan vannacht, of er weer uit gegaan omdat ze niet kon inslapen en heeft ze eerst hier nog zitten roken en drinken en is ze daarna, toen het licht geworden was, gaan lopen langs het strand. Misschien werd ze moe en is ergens gaan liggen en in slaap gevallen. Ze wil misschien gewoon alleen zijn nu. Maar die gedachten stelden haar niet gerust, het was teveel keer misschien.
Toen ze terug was gelopen naar het restaurant zag ze de visser weer aan de bar staan. Hij stond, net zoals vorige keer, met een glas pastis in zijn hand te praten met de vrouw achter het buffet.
Larissa liep naar hem toe en sprak hem aan in haar beste Frans. ‘Pardon monsieur, excusez moi, maar mag ik u wat vragen?
De man draaide zich naar haar toe en zei op joviale toon: ‘U mag mij alles vragen madame, maar of ik u de juiste antwoorden kan bieden, dat moeten we nog maar bezien. Wat ik u zeker kan aanbieden is een kleine consumptie, als ik zo naar u kijk kunt u wel iets gebruiken. Wat zal het zijn, een espresso of ook zo’n goddelijke pastis?’
Larissa was verrast over de lichtheid van zijn stem. Ook de breedsprakigheid van de man verbaasde haar en ze was er even door uit het lood geslagen en moest zich herpakken alvorens ze kon reageren. Voordat ze echter iets kon zeggen had de barvrouw al een glas voor haar op de bar neergezet, schonk er de pastis in en deed er een scheutje water bij. De visser pakte het glas van de bar en hield het haar voor.
‘Geniet van dit levenselixer madame.’
Larissa pakte het glas aan, maakte een onduidelijk proostgebaar en nam een minuscuul slokje van het drankje. De anijsachtige smaak bracht haar gedachten opnieuw terug naar Maria, naar de vakantie met haar in Frankrijk. En voor een kort moment verloor ze zich in deze zoete herinnering.
‘Maar wat wilde u mij vragen,’
De visser haalde haar met deze woorden terug naar het hier en nu.
Larissa legde de man uit dat ze op zoek was naar Rivka en beschreef haar uiterlijk nauwgezet, zoals ze voor zichzelf ook altijd deed voordat ze een portret van iemand ging schilderen, met afmetingen, karaktertrekken en kleuren.
De vrouw was van achter de bar gekomen en naast de visser gaan staan. Beiden luisterden aandachtig. Toen zei de vrouw in de taal van het eiland iets tegen de visser en hij knikte bevestigend.
‘Wij weten wie u bedoelt madame, maar wij hebben haar sinds gisteren niet meer hier noch ergens anders gezien. Maakt u zich zorgen om de dame in kwestie?’
Nog altijd moest Larissa wennen aan de wijze waarop de visser sprak, zijn woordkeus en zinsbouw. Het koste haar moeite het enigszins plechtstatige Frans dat de man sprak te volgen. Ze vond het eerder bij een schrijver of dichter passen, dan bij een visser. Maar wie weet, dacht ze, schrijft hij wel de mooiste gedichten wanneer hij in de uitgestrekte eenzaamheid van de zee aan het vissen is en wordt omringt door het golvende water.
‘Ja, inderdaad, een beetje zorgen maak ik mij wel. We hebben gisteravond laat een nogal moeilijk gesprek gehad en daarna heb ik haar niet meer gezien.’
‘O lala,’ zei de visser, ‘Is de liefde in het spel madame?’
De vrouw stootte hem aan met haar mollige arm en liet met haar gezichtsuitdrukking de visser weten dat zij die vraag nogal impertinent vond.
‘Pardon madame,’ zei de visser, ‘dat gaat mij natuurlijk niet aan, maar als ik zo naar u kijk lijkt u mij iemand met een gebroken hart.’

Larissa wist niet hoe ze moest reageren op deze opmerking, mompelde een kort bedankje en ging buiten op het terras aan een tafeltje zitten. Ze voelde zich moe en kon niet bedenken wat ze nu verder kon doen dan afwachten.
In de verte zag ze hoe boven zee een lichtflits naar omlaag kronkelde en even later hoorde ze de donder rommelen. Toen tikten de eerste regendruppels op het tafelblad. Ze rilde en zag hoe de haartjes op haar armen rechtop stonden.

Bron afbeelding: Pinterest

6 gedachten over “De Sodomsappel – Hoofdstuk 17 – (2/2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s