De Sodomsappel – Hoofdstuk 18 (1/1)

De Sodomsappel
September 1989. Rivka, een 43 jarige vrouw, gaat terug naar het eiland
waar haar dochter Rebekka 18 jaar geleden is verwekt.
Rebekka was verslaafd aan harddrugs en is op 17 jarige leeftijd overleden.
Rivka hoopt op het eiland met zichzelf in het reine te komen met
betrekking tot de dood van haar dochter en een antwoord te vinden op de
vraag of en zo ja hoe ze verder wil met haar leven.
Larissa is een 23 jarige vrouw die na een wandeltocht in de bergen van
het eiland op dezelfde camping terechtkomt als die waar Rivka een
bungalow heeft gehuurd. Larissa worstelt nog met de verwerking van een
stukgelopen liefde.
Uiteindelijk zal de ontmoeting tussen deze twee vrouwen desastreuze
gevolgen hebben.

18. De vondst (1/1)

Larisa lag in haar tent en luisterde naar het vallen van de regen. Af en toe werd het tentdoek verlicht door de bliksem die, al naar gelang de afstand van de bui, na korte of langere tijd werd gevolgd door het rollen van de donder. Steeds telde ze de seconden tussen de bliksem en donder om te kunnen berekenen hoe ver de bui van haar verwijderd was. Ze was daarmee begonnen bij het heftige onweer tijdens haar tocht door de bergen.
Ze dacht er over na hoe geluiden een totaal andere impact op haar hadden wanneer ze er op verschillende momenten en met verschillende emoties naar luisterde. Ze dacht terug aan de regen en het onweer van de bergen tijdens haar wandeltocht. Doodsbang was ze geweest. Bang voor de eenzaamheid, de kwetsbaarheid en de nietigheid die ze daar, tussen die zwarte bergtoppen, zo sterk had gevoeld. Maar ze dacht ook terug ook aan de zacht neervallende druppels, die na een zinderende hete dag lopen verkoeling brachten. En aan de regen waarnaar ze samen met Maria had liggen luisteren in klein hotel in het zuiden Frankrijk. Nu klonk het geluid van de regen en de donder dreigend. Ze voelde heel sterk dat er iets onheilspellends in de lucht hing, iets dat haar leven voorgoed zou veranderen.
Ze keek op haar horloge en zag dat de verlichte wijzers bijna zes uur aangaven. Voor
haar gevoel had ze de hele nacht geen oog dicht gedaan. Na het gesprek met de visser in het restaurant had ze de rest van de dag doelloos in de omgeving en op het strand rondgelopen. Tussendoor was ze steeds naar de vakantiebungalow van Rivka gegaan om te zien of ze haar misschien was misgelopen en ze inmiddels daar was, maar steeds was daar die lege, halfduistere kamer geweest. Een paar keer had ze het plan opgevat te gaan zwemmen in zee, maar steeds had iets haar ervan weerhouden zonder dat ze goed begreep waar die weerzin vandaan was gekomen. ‘s Avonds was ze de visser tegen het lijf gelopen bij het restaurant en hij had geïnformeerd of ze Rivka al had gesproken. Ze had ontkennend moeten antwoorden en hij had haar een glas wijn gebracht en gezegd dat het goed zou komen, hoe dan ook.
Opnieuw rommelde de donder. Het geluid klonk zacht en kwam van ver uit de richting
van de zee. Larisa ritste haar slaapzak open en ging recht op zitten. Ze hield het niet meer uit in de tent en stapte resoluut naar buiten. Het was een grijze ochtend en hoewel het niet meer regende, voelde de lucht vochtig en zwaar. Ze trok een jurk aan en liep in de richting van de zee.
Toen ze bij het strand kwam voelde het zand koel aan haar blote voeten. Ze liep door naar de vloedlijn en liep een eindje het water in. De zee lag er bijna rimpelloos bij en om haar heen hoorde ze alleen het geluid van de op strand aanspoelende golfjes en af en toe de roep van een strandloper. Hoewel de temperatuur aangenaam voelde, kroop er een rilling over haar rug omhoog tot tussen haar schouderbladen. Ze rechtte haar rug, haalde diep adem en keek naar links. In de verte zag ze de visser bij zijn boot in gesprek met een man en een vrouw in uniform.
Langzaam slenterde ze in hun richting. Toen de dichterbij kwam zag ze dat de man en vrouw Gendarmes waren. Ze stonden druk gesticulerend met elkaar te praten, maar toen ze dichterbij hen kwam, verstomde het gesprek abrupt.
De visser kwam haar tegemoet lopen en hield haar staande. Ook de man van de Gendarmes kwam naar haar toe gelopen.
‘Madame,’ voeg de Gendarme, ‘de vrouw die u gisteren zocht, is dat familie van u?’
Larisa liet haar blik van de Gendarme naar de visser gaan en weer terug. Vragend keek ze de visser aan, maar deze reageerde niet.
‘Nee, geen familie, maar laat ik zeggen een goede kennis of misschien vriendin, hoe je het noemen wilt. Ik heb haar hier ontmoet en ken haar dus pas sinds een paar dagen.’
‘Waarom was u zo bezorgd om haar,’ vroeg de Gendarme door. Larisa begreep niet waarom de man die vraag stelde. Wat wilde hij van haar?
‘We hadden eergisteravond een lang gesprek dat voor Rivka, de vouw waarop u doelt, nogal emotioneel was.’
‘En u voelde zich betrokken bij haar door dat gesprek?’ vroeg de Gendarme.
‘Ja, ze had het er erg moeilijk mee.’
‘Kunt u mij vertellen waar dat gesprek over ging?’
Larisa dacht even na en zei toen: ‘Ik begrijp niet waarom u dat allemaal wilt weten, is Rivka misschien officieel als vermist opgegeven en zo ja door wie dan?’
‘Ik begrijp dat u meer wilt weten madame, maar zou u eerst mijn vragen kunnen beantwoorden?’
De visser kwam tussenbeide, legde zijn hand op een arm van Larisa en zei: ‘Madame, ik begrijp uw verwarring, maar het is denk ik verstandig als u de Gendarme de antwoorden geeft die hij verlangt. Daarna zal voor u duidelijk worden waarom al deze vragen gesteld worden. Ik begrijp dat het u onzeker maakt, maar ik garandeer u dat u niets behoeft te vrezen.’
Larisa zuchtte diep. ‘Nou goed dan,’ zei ze en ze merkte dat ze de visser vertrouwde en
dat zijn stem haar rustiger maakte. ‘Het gesprek ging over de dood van de dochter van Rivka. Ze heeft het daar begrijpelijk nog altijd heel erg moeilijk mee en het zit haar nog altijd hoog. Vandaar dat wij er vannacht over hebben gesproken.’
De Gendarme keek haar even zwijgend aan en liep vervolgens terug naar de vrouw die
nog altijd bij de boot stond en iets in een boekje aan het schrijven was.
De visser knikte haar bemoedigend toe en zei: ‘Als ik u ergens mee kan helpen, nu of wellicht op een later tijdstip, dan moet u niet schromen het mij te vragen, madame, wilt u mij dat beloven.’
Larisa knikte al begreep ze niet precies waarom hij dat zei.
Ze merkte dat de vrouwelijke Gendarme naast haar was komen staan. Ze had een rond gezicht met donker haar dat ze in een staart droeg. Haar lippen waren smal en bleek. Haar ogen straalden iets uit als van de trouwheid van een hond.
‘Madame,’ zei de vrouw, ‘ik moet u vertellen dat deze man hier, voordat hij wilde gaan
vissen vanmorgen heel vroeg, een vrouw heeft gevonden. De vrouw lag half in het water, half op het strand en was waarschijnlijk al enige uren overleden toen ze werd gevonden. Hij heeft direct ons gebeld. De vrouw is inmiddels door collega’s naar het mortuarium van het politiebureau gebracht en wordt daar onderzocht door de patholoog. Wij zouden graag zien dat u met ons meegaat naar het bureau om te kijken of het de vrouw in kwestie betreft. U bent, voor zover nu bij ons bekend de enige die haar op korte termijn kunt identificeren. Het spijt mij heel erg, ik snap dat het niet makkelijk voor u zal zijn, maar we moeten dit van u vragen.’
Het was alsof Larisa een klap op haar hoofd had gekregen met een zwaar voorwerp. Ze voelde zich duizelig en de grond onder haar voeten wegdraaien en moest zich vastgrijpen aan de trui van de visser om niet te vallen.
Ze stamelde: ‘Is…, was Rivka…, is Rivka verdronken? Is ze verdronken in zee? Heeft ze… heeft ze zichzelf verdronken in zee?’
Terwijl ze de woorden uitsprak wist ze dat ze zojuist zelf het antwoord had gegeven op haar vraag. En ze voelde ook dat het het juiste antwoord was. Rivka had zichzelf van het leven beroofd nadat ze haar geheim met iemand had gedeeld. Met haar had gedeeld. Ze heeft gewacht en wilde haar geheim niet meenemen in het graf.
De visser hield haar nog altijd stevig vast onder haar oksel. Larisa keek naar hem. Ze zag zijn gegroefd gezicht, de baardstoppels, het dunne grijze haar en de diepliggende groene ogen en ze kon niets anders doen dan haar gezicht verbergen in zijn ruwe, naar de ziltheid van de zee ruikende trui.

Bron afbeelding: Pixabay

15 gedachten over “De Sodomsappel – Hoofdstuk 18 (1/1)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s