Wachtruimte

Laatst was Herman in het ziekenhuis geweest voor controle van een van zijn niet levensbedreigende, maar best wel hinderlijke en soms doodvermoeiende kwaaltjes.

Toen hij zich had gemeld bij de balie van de betreffende polikliniek en de enigszins pokdalige jongeman zijn gegevens had gecontroleerd, zei hij dat Herman in de wachtruimte kon gaan zitten en moest wachten totdat hij werd opgeroepen.

Natuurlijk deed hij in zo’n geval braaf wat er van hem werd gevraagd en hij zocht naar een plekje waarbij er niet direct iemand aan beide zijden naast hem zou komen te zitten, maar kennelijk had iedereen dat gedaan want er was steeds maar één plek vrij tussen de andere wachtenden.

In het openbaar vervoer viel hem dit fenomeen ook vaak op. Op iedere plek van twee aan elkaar grenzende zitplaatsen zit meestal maar één reiziger. Hij doet daar overigens zelf ook hard aan mee. Op die manier wil hij voorkomen dat hij in een voor hem ongewenste conversatie terecht komt.

Hij was dus genoodzaakt een plek te kiezen waardoor er zowel direct links als rechts van hem iemand kwam te zitten. Snel checkte Herman de beschikbare gekleurde plastic stoeltjes op geschiktheid, maar omdat hij niet te lang wilde rondkijken, koos hij uiteindelijk toch nog een plekje in het wilde weg.

Toen hij zat wist hij direct dat hij de verkeerde plaats had uitgekozen en verweet zichzelf dat hij zich weer had laten opjagen. Links van hem zat een vrouw van rond de vijftig die geregeld zeer luidruchtig haar neus ophaalde. Bovendien was ze met haar smartphone in de weer en had het geluid van het toetsenbord niet uitgezet zodat hij voortdurend de droge klikjes van de toetsaanslagen naast zich hoorde. Even had Herman nog overwogen de vrouw te wijzen op het bordje waarop een telefoon stond afgebeeld waar doorheen een dikke rode streep was getrokken, maar dat had hij toch maar niet gedaan. Rechts van hem zat een jongeman die onafgebroken met zijn been zat te wippen en hij deed dat zo krachtig dat het voelde alsof het ziekenhuis in Groningen stond.

Een tijdje had Herman nog geprobeerd zich te concentreren op zijn krant, maar dat was verspilde moeite. Na tien minuten werd de jongeman opgeroepen en stopte de aardbeving en vrijwel direct daarna was ook de vrouw die links van hem zat aan de beurt.

Herman haalde opgelucht adem. Maar natuurlijk bleven de plaatsen naast hem niet lang onbezet. Hij vouwde zijn krant op en keek naar het witte bordje recht tegenover hem  waarop in zwarte letters WACHTRUIMTE stond.  Hij las een aantal keer aandachtig dat woord. Wachtruimte, dacht hij, maar voor mij is er hier niet voldoende wacht ruimte. Hij moest glimlachen om deze gedachte.

Voordat er nieuwe ergernissen konden optreden hoorde Herman zijn naam roepen. Opgelucht stond hij op en liep in de richting van de arts.

24 gedachten over “Wachtruimte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s