Fictie Literatuur

Fragment

Waardoor Noa wakker is geworden weet ze niet. Is het door de pijn, het felle zonlicht dat op haar ogenleden valt of door de harde ondergrond waarop ze ligt? Of misschien wel door dat zachte suizen wat ze hoort, in wezen is het meer ruisen, alsof ze aan het strand ligt en luistert naar het aanrollen van de golven die dan weer vlakbij, dan weer verder weg klinken. Met haar ogen gesloten blijft ze liggen en laat de gedachte aan de zee en het strand op zich inwerken.

Dan klinkt opnieuw het geruis, heel dichtbij nu, vlak boven haar en wanneer ze haar ogen opent schrikt ze van het grote vogellijf dat schuin boven haar voorbij vliegt en voor een kort moment het zonlicht blokkeert. Eigenlijk is vliegen niet het juiste woord want niets aan het enorme beest beweegt. De vleugels zijn wijd gespreid. Wanneer ze beter kijkt ziet ze hoe de slagpennen trillen in de warme berglucht, de zwart met witte kop, met een vleeshaak als snavel, roerloos op de gevederde nek staat en de poten omlaag hangen als klauwen, klaar om een prooi te grijpen. Eigenlijk is het geen vogel, maar een mythisch wezen dat uit een haar onbekende wereld hiernaartoe is komen vliegen.

Noa drukt zich zo ver ze kan tegen de berghelling en maakt zich zo klein mogelijk, durft bijna niet te ademen, ze voelt zich weerloos als een uit het nest gevallen kuiken nu ze zich nauwelijks kan bewegen en gevangen zit in haar lichaam en op deze smalle richel. Vertwijfeld vraagt ze zich af of dit soort reuzenvogels ook mensen aanvalt. Ze heeft geen idee, maar voelt zich er kwetsbaar bij. Als kind had ze eens een film op tv gezien waarin een reusachtige harpij een baby, die buiten op een dekentje in de zon lag, in een duikvlucht met zijn klauwen beetpakte en meevoerde naar zijn nest hoog in de bergen. Die reusachtige vogel die met het schreeuwende kind in zijn klauwen wegvloog en uiteindelijk oploste in de heiige lucht boven de bergen, had grote indruk op haar gemaakt. Alle mannen van het dorp hadden zich verzameld en waren op zoek gegaan. Een aantal van de beste klimmers, bewapend met jachtgeweren, was tot aan het nest geklommen, maar van het kind hadden ze niets teruggevonden.

Bron afbeelding: Pexels via WordPress

%d bloggers liken dit: