Toen ik een tijdje geleden naar mijn werk fietste, stond er midden op het rijwielpad een vrouw, gebogen over een rollator. Omdat het nog donker was, zag ik haar pas op het laatste moment. Ik stopte en vroeg of ik haar misschien ergens mee kon helpen. De vrouw maakte een verslagen indruk en keek me met een verdwaasde blik aan. Ze zei dat ze haar sleutels was verloren en dat ze dus niet meer in haar huis kon.

Ik zette mijn fiets tegen de pui van een van de huizen en vroeg aan de vrouw of ze wist waar ze haar sleutels had verloren. ‘Hier ergens,’ zei ze en boog zich weer over haar rollator. Ik speurde de omgeving af of ik ergens de verloren sleutels kon ontdekken, maar hoe ik ook zocht, geen sleutels.

Opnieuw vroeg ik aan de vrouw waar ze de sleutels verloren zou kunnen hebben en opperde de mogelijkheid dat zij ze misschien thuis had laten liggen. De enige reactie die ze gaf was opnieuw die verwarde blik.

Ik zocht nog even verder, toen er vlakbij ons, op de eerste verdieping, een raam een kiertje open ging en een mannenstem riep dat de vrouw gestoord is. Dat ze daar vaak staat te zoeken naar haar sleutels, maar dat ze helemaal niks kwijt is. Toen de man, die voor mij onzichtbaar was gebleven, dat had gezegd ging het raam met een klap weer dicht. De vrouw reageerde in het geheel niet op de woorden van de man.

Even was ik uit het lood geslagen en wilde juist tegen de vrouw zeggen dat ze eerst maar thuis moest gaan zoeken, toen mijn oog op een sleutelbosje viel dat half onder een boodschappentas op de rollator lag. ‘Zijn ze dat misschien?’ vroeg ik wijzend op de sleutels. De vrouw ging rechtop staan en keek mij verrassend helder aan. ‘Ja dat zijn mijn sleutels, wat is daarmee?’ Ze wilde nog iets zeggen, maar leek zich te bedenken. Toen draaide ze zich om en liep van mij weg.

Hopelijk naar huis.

Bron afbeelding: Pexels via WordPress