Toen ik binnenstapte bij de tandarts en mij wilde melden, stond er een man aan de balie. Hij sprak luid tegen de baliemedewerkster en zijn toon was ongeduldig en geïrriteerd. Zijn harde stemgeluid paste volledig bij zijn forse postuur. Hij droeg regenkleding, terwijl het buiten 23°C was en er door de weerprofeten voorlopig geen druppel regen was voorspeld. Zijn dunne grijze haar droeg hij in een futloos staartje, dat bijeen gebonden was met een vrolijk gekleurd touwtje.

Ik was niet van plan naar de conversatie tussen de man en de baliemedewerkster te luisteren, maar het volume daarvan was dusdanig dat negeren voor mij onmogelijk was.

De man probeerde de vrouw achter de balie uit te leggen dat hij een komende afspraak wilde verzetten naar een eerdere datum. De vrouw zei hem steeds weer dat hij helemaal geen afspraak had, dat zij er niets van kon vinden in het systeem.

“Hebt u bij de goede geboortedatum gekeken? 13 februari 1945.”

“Al een keer of tien meneer, maar op die geboortedatum staat geen afspraak gepland.”

“En op mijn naam dan, gewoon op mijn achternaam Voogelaar, daar dan toch zeker wel?”

De vrouw zuchtte diep en zag er plotseling jaren ouder uit. “Nee meneer Voogelaar, ook daar staat in de computer niets vermeld over een eventuele afspraak.

“Aha, dus het is weer zover: computer says no!

De vrouw keek hem niet begrijpend aan. “Sorry, wat bedoelt u?”

“Laat maar jonge dame, tegen die computerterreur is toch niets te doen. Kunnen we dan een nieuwe afspraak maken voor volgende week ofzo?”

De vrouw keek op haar computerscherm en zei: “Helaas, volgende week gaat niet lukken, de eerste vrije plekken zijn pas over vier weken. Zal ik daar dan ergens een afspraak voor u inplannen?”

De man zweeg een tijdje en zei toen: “Ik denk dat er niets anders opzit hè. De computer zegt toch nee als ik eerder wil.”

Met gefronste wenkbrauwen tikte de vrouw iets op haar toetsenbord en er werd een datum overeengekomen. Behulpzaam bood ze nog aan de afspraak naar hem te zullen mailen als hij zijn mailadres zou doorgeven, maar de man antwoordde dat hij geen computer had en dus ook geen mailadres. Even keek de vrouw hem aan met een blik die ik ooit eerder had gezien bij iemand die als laatste over de finish kwam bij de marathon van Rotterdam. Vervolgens schreef ze de afspraak op een stukje papier en overhandigde het de man. Zonder nog één woord met haar te wisselen liep hij de deur uit naar buiten.

Toen de vrouw weer wat op krachten was gekomen en mij aankeek zei ik dat ik een afspraak had en noemde mijn naam en geboortedatum. Ze keek op haar computerscherm, knikte en vroeg mij plaats te nemen in de wachtruimte. Computer says YES! dacht ik en ik voelde me een gezegend mens.